Gezichten van het kwaad. 16 getekende portretten van Aufseherinnen. 70x100 cm.
Papier Fabriano 300 grs. Inkt, pastelkrijt, gesso, koffiepads. 2013


Deze 16 portretten van vrouwelijke kampbewaaksters (Aufseherinnen) zijn gebaseerd op foto's, gemaakt door geallieerde militairen in 1945 na de bevrijding van gevangenen uit de nazi-vernietigingskampen in Duitsland en Polen. De selectie is  willekeurig. Enkele kregen in 1945 en 1946 in de Bergen-Belsen en Stutthof-processen de doodstraf (Irma Grese, Elisabeth Volkenrath en Johanna (Juana) Bormann), andere 15, 10 of 3 jaar gevangenisstraf en sommigen werden vrijgesproken.

Er waren naar schatting zo'n 3600 vrouwen werkzaam in de Duitse kampen tussen 1939 en 1945. Ze waren nodig omdat in de loop van de oorlog steeds meer mannen naar de verschillende fronten moesten. De doorgaans jonge vrouwen hadden  meestal geen militaire rang. Ze kregen de baan via arbeidsburo's na lid te zijn geweest van de Hitlerjugend en de BDM (Bund Deutscher Mädel) of ze meldden zich via advertenties aan. Ze kwamen in dienst bij de SS (Waffen-SS of SS-Helferinnen). De meesten hadden voordien beroepen als verpleegster, winkelverkoopster, kapster, boerenmeid of fabrieksarbeidster en vielen niet op door bijzonder gedrag. Vaak waren ze aanwezig bij selecties voor de gaskamers. Zo'n 10% van  hen ontwikkelde een extreem sadisme. Tijdens processen na de oorlog ontkenden allen zich hieraan schuldig te hebben gemaakt. Hun opleiding tot kampbewaakster (Aufseherin) kregen de meesten in het kamp Ravensbrück. Na de bevrijding  hebben de Sovjets een onbekend aantal zonder vorm van proces geëxecuteerd. Tot 1948 zijn er nog Ravensbrück en Auschwitz-processen geweest. In Neurenberg zijn geen vrouwen aangeklaagd.

Tussen 1942 en en 1945 kregen deze vrouwen een uniform en de macht over tienduizenden gevangenen. Velen martelden en moordden er op los, maar na 1945 herinnerden ze zich daar, naar eigen zeggen, niets meer van. Nu hadden mannelijke  nazi's ook te maken dit fenomeen, maar vrouwen zijn dragers van het leven. Dit overstijgt ons begripsvermogen, maar confronteert ons ook met onszelf. Zijn wij in moreel opzicht dit soort kwaad ontstegen? Zijn wij minder bevattelijk voor  waanideeën? De toegenomen aandacht, met name in Duitsland voor alle details van de Nazi-tijd wijst op een behoefte aan het beter begrijpen van deze periode. Dit na 68 jaar. Tot nu toe zijn er geen bevredigende antwoorden gevonden.

Deze portretten zijn niet bedoeld om persoonlijkheden weer te geven, maar nachtmerries. Deze vrouwen zijn het niet waard dat hun namen nog genoemd worden. Het is een moment voor de gezichten die bij de realisering van het ondenkbare  behoorden. Het zoeken naar achtergronden levert alleen een idee op dat ten koste van alles gerealiseerd moest worden: ruimte voor een Judenrein Herrenvolk. Een utopie die door conformisme werd geloofd. Is het feit dat bijna iedereen er  conform over dacht een verzachtende omstandigheid? Was het alleen maar ambtenaren-discipline? Heeft het eigenhandig vestigen van een 1000-jarig rijk geen parallellen met onze huidige maakbare samenleving? Europa in crisis moet niet denken  dat het een superieure cultuur bezit waar totalitarisme geen kans meer maakt. De onoplosbare dilemma's van een waarheidsloze maatschappij vertoont angstwekkend veel overeenkomsten met de onoplosbare vraagstukken van Duitsland in de  jaren 30 van de vorige eeuw. Door middel van propaganda werd toen alles teruggebracht tot één enkel probleem: de Judenfrage. Kritische geesten en onschuldigen werden als misdadigers vermoord. De propagandamogelijkheden van onze samenleving  zijn eindeloos veel groter dan toen en het is maar de vraag of we in onze huidige conformistische samenleving beter geïnformeerd zijn dan toen.

Amsterdam 2013
Atelier: La Guardiaweg 3 - Amsterdam
mail@klaaskoster.nl
06 10221158